Wierook is een van de meest herkenbare elementen van de orthodoxe eredienst. Tijdens de Goddelijke Liturgie en andere diensten verspreidt de geur van wierook zich door de kerk, terwijl de priester of diaken het altaar, de iconen en de aanwezige gelovigen bewierookt. Dit gebruik is niet alleen bedoeld om een bijzondere sfeer te scheppen. Het heeft een diepe liturgische en Bijbelse betekenis.

Wat is een wierookvat?
Een wierookvat is een liturgisch voorwerp waarin wierook wordt gebrand. In het vat worden gloeiende kooltjes gelegd, waarop kleine stukjes wierook worden geplaatst. Door de hitte komt de geurige rook vrij.
Het wierookvat dat tegenwoordig in de Orthodoxe Kerk wordt gebruikt, bestaat meestal uit een metalen kom met een deksel en kettingen. Via de kettingen kan de geestelijke het wierookvat tijdens de dienst bewegen, waardoor de wierook zich door de kerk verspreidt.
In de orthodoxe traditie wordt aan het wierookvat ook een symbolische betekenis gegeven. Het vuur, de gloeiende kool en de opstijgende wierook kunnen herinneren aan Christus en aan het gebed dat tot God wordt gericht.
Waarom wordt er wierook gebruikt?
Op verschillende momenten tijdens een orthodoxe dienst worden het altaar, de iconen, het Evangelieboek en andere heilige voorwerpen bewierookt. Ook de aanwezige gelovigen worden bewierookt.
Daarmee wordt eerbied uitgedrukt voor wat aan God is toegewijd. Wanneer de gelovigen worden bewierookt, herinnert dit eraan dat ook de mens geroepen is tot heiligheid en dat de Heilige Geest in het leven van de Kerk werkzaam is.
Gelovigen beantwoorden het bewieroken doorgaans met een kleine buiging.
Soms bewierookt de geestelijke een groot gedeelte of zelfs de gehele kerk. Op andere momenten vindt een kleinere bewieroking plaats, bijvoorbeeld rond het altaar en de iconostase.
Wanneer een diaken aan de dienst deelneemt, behoort het bewieroken vaak tot zijn liturgische taken.
Wierook als beeld van het gebed
De opstijgende rook is van oudsher verbonden met het gebed van Gods volk. Een bijzonder passende Bijbeltekst vinden we in de Psalmen:
“Laat mijn gebed voor Uw aangezicht opstijgen als wierook.”
In de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament die binnen de Orthodoxe Kerk een belangrijke plaats inneemt, is dit Psalm 140:2. In veel westerse Bijbelvertalingen wordt dezelfde tekst genummerd als Psalm 141:2.
Het beeld is eenvoudig en krachtig: zoals de geurige rook omhoogstijgt, zo wordt het gebed van de mens tot God gericht.
Wierook in het Oude Testament

Het gebruik van wierook is veel ouder dan het christendom. In het Oude Testament krijgt Mozes opdracht een speciaal altaar voor het branden van wierook te vervaardigen.
In Exodus 30:1–9 wordt beschreven hoe dit wierookaltaar moest worden gemaakt en waar het moest staan. Aäron moest er ’s morgens en ’s avonds geurige wierook op branden.
“En u moet een altaar maken om wierook op te branden. U moet het maken van acaciahout: een el lang en een el breed; het moet vierkant zijn en twee el hoog. De hoorns moeten van acaciahout zijn. U moet het bekleden met zuiver goud, de bovenkant, de zijkanten rondom en de hoorns. U moet er ook een gouden kroon omheen maken. Onder de kroon, bij de twee hoeken ervan, moet u twee gouden ringen maken; u moet ze aan de twee zijden ervan maken. En daar moeten de draagstokken aan bevestigd worden. U moet de draagstokken van acaciahout maken en ze met goud bekleden. En u moet het plaatsen voor het voorhangsel dat voor de ark van het verbond staat, tegenover de genadetroon die op het verbond staat, waar Ik u zal ontmoeten.”
Aaron moet er zoete wierook op branden: elke ochtend, wanneer hij de lampen gereedmaakt, moet hij er wierook op branden; en elke avond, wanneer Aaron de lampen aansteekt, moet hij er wierook op branden. Het zal een blijvende wierook zijn voor de HEER, van geslacht tot geslacht. U mag er geen andere wierook op offeren, noch brandoffers, noch graanoffers, noch drankoffers op gieten (Exodus 30:1-9).
De oudste christelijke wierookbranders uit de late oudheid, waaronder exemplaren uit de 5e en 6e eeuw in het Byzantijnse Rijk en Syrië, waren vaak eenvoudige metalen kommen of hangende vaten waarin gloeiende kool en wierook werden geplaatst.

Vanaf ongeveer de 10e–11e eeuw raakte het wierookvat aan kettingen steeds verder verbreid; in de latere middeleeuwen ontwikkelde het zich tot de rijkversierde vorm met kom, geperforeerd deksel en kettingen die we ook tegenwoordig in de Orthodoxe Kerk kennen.

Het gebruik van wierook in de christelijke eredienst staat daarmee binnen een veel oudere Bijbelse traditie waarin wierook verbonden is met gebed, heiligheid en de eredienst aan God.
Wierook in het Nieuwe Testament
Ook in het Nieuwe Testament heeft wierook een bijzondere betekenis.
Na de geboorte van Christus kwamen de Wijzen uit het Oosten en brachten Hem goud, wierook en mirre. Deze geschenken worden binnen de christelijke traditie niet als toevallig beschouwd. Wierook verwijst daarbij naar de goddelijke waardigheid van Christus.
Ook in het boek Openbaring verschijnt wierook in een hemelse liturgische context. Daar worden gouden schalen met wierook beschreven als verbonden met de gebeden van de heiligen (Openbaring 5:8).
Daardoor krijgt de wierook tijdens een orthodoxe dienst nog een andere dimensie: de aardse eredienst staat niet los van de hemelse eredienst.
Hoe ontstond het huidige wierookvat?
De vorm van het wierookvat heeft zich in de loop van de geschiedenis ontwikkeld.
Vroege wierookbranders konden eenvoudige, vaste kommen zijn waarin gloeiende kool en wierook werden gelegd. Later ontstonden draagbare modellen. Vanaf de Byzantijnse periode zien we wierookvaten die steeds meer lijken op de exemplaren die tegenwoordig in orthodoxe kerken worden gebruikt.
Het bekende model bestaat uit een kom en een geperforeerd deksel, opgehangen aan kettingen. Het deksel kan worden opgetild om kool en wierook toe te voegen.
Sommige wierookvaten zijn rijk versierd en hebben een vorm die doet denken aan een kerkgebouw of koepel. Zo is zelfs het liturgische voorwerp zelf onderdeel geworden van de beeldtaal van de orthodoxe eredienst.
De katsion: een traditionele handwierookbrander

De katsion (Grieks: katzion of katzio) is een traditionele handwierookbrander zonder kettingen. Hij bestaat uit een metalen kom met een lange steel en is vaak voorzien van kleine belletjes. Dit type wierookvat is al sinds de Byzantijnse tijd bekend en wordt ook tegenwoordig nog gebruikt in de orthodoxe eredienst.
Vooral op de Heilige Berg Athos in Griekenland is het gebruik van de katsion levend gebleven. In de Athonitische kloosters wordt hij op bepaalde momenten tijdens de diensten gebruikt, onder andere bij delen van de Vespers, Metten en op bijzondere momenten tijdens de Heilige Week.
Historische exemplaren en verwante vormen zijn behalve in Griekenland en op Athos ook bekend uit andere delen van de orthodoxe wereld, waaronder Servië, Noord-Macedonië en Rusland. Het gebruik en de precieze vorm verschillen per plaatselijke traditie; het bekende wierookvat aan kettingen is tegenwoordig in veel orthodoxe kerken gebruikelijker.
Ik zou dus niet schrijven dat de katsion tegenwoordig standaard in alle orthodoxe landen wordt gebruikt. Voor Athos/Griekenland hebben we daar duidelijk bewijs voor; voor de andere landen is het veiliger onderscheid te maken tussen historisch bekend en tegenwoordig liturgisch gebruik.
Waar komt wierook vandaan?

Wierook is een aromatische hars die voornamelijk wordt gewonnen uit verschillende soorten bomen van het geslacht Boswellia. Deze bomen groeien vooral in droge gebieden van Oman en Jemen op het Arabisch Schiereiland, Somalië en andere delen van de Hoorn van Afrika, en India.
Om de hars te verzamelen worden kleine insnijdingen in de bast gemaakt. Het sap dat naar buiten komt, droogt in de buitenlucht en vormt harde, geurige harskorrels. Deze natuurlijke wierook kan rechtstreeks op gloeiende houtskool worden gelegd, waarbij de karakteristieke geurige rook vrijkomt.
Voor gebruik in orthodoxe kerken wordt de hars ook vaak verder verwerkt. Vooral in de Griekse en Athonitische traditie wordt fijngemalen hars vermengd met geurige oliën, tot kleine stukjes gevormd en met een fijn poeder bestrooid om te voorkomen dat ze aan elkaar kleven. Zo ontstaan de verschillende geuren van kerkwierook die men tegenwoordig bijvoorbeeld in de kloosters van de Heilige Berg Athos aantreft.
Wierook heeft bovendien een zeer oude geschiedenis. Al duizenden jaren vóór Christus werd aromatische hars vanuit Zuid-Arabië en de Hoorn van Afrika verhandeld. In de Bijbel vinden we wierook terug in de eredienst van het Oude Testament en later bij de geschenken van de Wijzen aan Christus: goud, wierook en mirre.
Meer dan alleen geur
Wie voor het eerst een orthodoxe kerk binnenkomt, merkt vaak onmiddellijk de iconen, kaarsen, het gezang en de geur van wierook op. Maar binnen de Orthodoxe Kerk zijn deze dingen niet bedoeld als louter versiering.
Het zijn liturgische elementen die de mens helpen om met meer dan alleen het verstand aan de eredienst deel te nemen.
We zien het licht van de kaarsen en de iconen.
We horen het gezang en de gebeden.
We ruiken de wierook.
We maken het kruisteken en buigen.
Zo wordt de hele mens bij het gebed betrokken.
De wierook is daarom veel meer dan een aangename geur in een kerkgebouw. De opstijgende rook herinnert aan een werkelijkheid die door de eeuwen heen in het gebed van de Kerk wordt uitgedrukt:
moge ons gebed voor Gods aangezicht opstijgen als wierook.

