
BEELDEN VAN GELOOF, GEBED EN HERINNERING
Wie een orthodoxe kerk binnenkomt, ziet vrijwel direct iconen van Christus, de Moeder Gods, engelen, apostelen en heiligen. Ze staan op de iconostase, hangen aan de muren en worden ook in orthodoxe huizen gebruikt als onderdeel van het persoonlijke gebedsleven.
Een icoon is echter meer dan religieuze versiering. Binnen de Orthodoxe Kerk behoort de icoon tot het geloofsleven van de Kerk. Door middel van kleur, symboliek en traditionele voorstellingen wijst zij naar Christus en naar de werkelijkheid van het Koninkrijk van God.
Iconen worden daarom vaak omschreven als vensters op de hemel: niet omdat het hout of de verf op zichzelf heilig zou zijn, maar omdat de afbeelding onze aandacht richt op degene die wordt afgebeeld.
WAT IS EEN ORTHODOXE ICOON?
“Christus is het icoon van de onzichtbare God, de eerstgeborene over de hele schepping” (Kol 1:15)

Het woord icoon komt van het Griekse woord eikōn (εἰκών), dat beeld of afbeelding betekent.
Het Griekse woord eikōn betekent beeld of afbeelding. In het Nieuwe Testament wordt ditzelfde woord gebruikt wanneer de apostel Paulus over Christus schrijft: “Hij is het beeld van de onzichtbare God” (Kolossenzen 1:15).
Dit raakt aan de kern van de orthodoxe visie op iconen. God is niet slechts een abstract idee gebleven: in Jezus Christus heeft de Zoon van God werkelijk onze menselijke natuur aangenomen en is Hij zichtbaar onder de mensen verschenen. Daarom kan Christus naar Zijn menselijke verschijning worden afgebeeld.
Iconenkunst kan bovendien worden gezien als een menselijke gave die in dienst van God wordt gesteld. Zoals gebed, zang en kerkbouw kunnen ook kleur, vorm en schilderkunst worden gebruikt om het geloof tot uitdrukking te brengen. Een icoon probeert daarbij niet alleen een gebeurtenis uit het verleden vast te leggen, maar de beschouwer te richten op de werkelijkheid van Christus en het Koninkrijk van God.
Orthodoxe iconen beelden voornamelijk af:

- Jezus Christus

2. De Moeder Gods (Theotokos)

3. Engelen (Aartsengel Gabriel)

4. Apostelen (De twaalf)

5. Profeten (Jesaja)

6. Heiligen (St Nektarios van Aegina)

7. gebeurtenissen uit het leven van Christus

8. Bijbelse en kerkelijke feesten (Russisch icoon met de afbeelding van de Opstanding en de Twaalf Grote Feesten, ca. 1903.)
Een orthodoxe icoon probeert meestal niet iemand zo realistisch mogelijk weer te geven zoals een modern portret of een foto. De traditionele iconografie gebruikt een eigen beeldtaal waarin houding, kleuren, gebaren, kleding en achtergrond vaak een theologische betekenis hebben.
Toch zien niet alle orthodoxe iconen er hetzelfde uit. Sommige iconen hebben duidelijk meer westerse kenmerken, zoals natuurlijker geschilderde gezichten, schaduwen, diepteperspectief en een meer realistische weergave van het lichaam. Dit komt doordat orthodoxe iconenschilders in verschillende perioden en gebieden in aanraking kwamen met de kunst van de Renaissance, de Barok en later de Europese academische schilderkunst. Vooral vanaf de zeventiende eeuw werden dergelijke invloeden zichtbaar in delen van Griekenland, de Balkan, Oekraïne en Rusland.
Daarom kan men binnen de orthodoxe wereld zowel sterk Byzantijns gestileerde iconen als meer naturalistisch geschilderde voorbeelden aantreffen. Ondanks deze verschillen in stijl blijft het belangrijkste doel hetzelfde: niet alleen een mooi religieus beeld maken, maar door het zichtbare verwijzen naar de geestelijke werkelijkheid van het christelijk geloof.
WAAROM ZIJN ICONEN BELANGRIJK?
De diepste basis voor het gebruik van iconen ligt voor orthodoxe christenen in de menswording van Jezus Christus.
Het christelijk geloof verkondigt dat de onzichtbare God werkelijk mens is geworden in Jezus Christus. Christus kon worden gezien, aangeraakt en gehoord. Hij leefde werkelijk als mens onder ons.
Daarom kan Christus ook worden afgebeeld.
Dit werd bijzonder belangrijk tijdens de discussies over iconen in de vroege middeleeuwen. De heilige Johannes van Damascus legde uit dat christenen niet proberen de onzichtbare goddelijke natuur af te beelden, maar Christus kunnen afbeelden omdat Hij werkelijk mens is geworden.
De icoon is daarmee uiteindelijk verbonden met de belijdenis:
God is werkelijk mens geworden.
BEELDEN IN HET OUDE TESTAMENT
Wanneer het over iconen gaat, wordt soms verwezen naar het verbod op gesneden beelden in de Tien Geboden. Israël mocht geen afbeelding maken om die als god te aanbidden. Het verbod was gericht tegen afgoderij: de mens mocht geen geschapen beeld maken en vervolgens daaraan de eer geven die alleen de ware God toekomt.
In Deuteronomium waarschuwt Mozes het volk Israël nadrukkelijk geen afbeelding van God naar eigen voorstelling te maken. Hij herinnert hen eraan dat zij, toen God op de Horeb tot hen sprak, geen zichtbare gestalte hadden gezien (Deuteronomium 4:15–16).
Dit is belangrijk voor het orthodoxe begrip van iconen. Het probleem was niet eenvoudigweg dat iedere afbeelding verboden zou zijn, elders gaf God immers opdracht om bijvoorbeeld cherubijnen af te beelden, maar dat de onzichtbare God niet naar menselijke fantasie mocht worden voorgesteld.
Dit is belangrijk voor het orthodoxe begrip van iconen. Het probleem was niet eenvoudigweg dat iedere afbeelding verboden zou zijn — elders gaf God immers opdracht om bijvoorbeeld cherubijnen af te beelden maar dat de onzichtbare God niet naar menselijke fantasie mocht worden voorgesteld.
Met de komst van Christus ontstaat volgens de orthodoxe theologie een nieuwe situatie: de Zoon van God heeft werkelijk een menselijke gestalte aangenomen. Hij werd gezien, gehoord en aangeraakt. Daarom kan Christus worden afgebeeld in Zijn menselijke gestalte.
De cherubijnen op de Ark van het Verbond

Bij de bouw van de tabernakel kreeg Mozes de opdracht om twee gouden cherubijnen te maken boven op de Ark van het Verbond:
“Maak twee cherubs van goud…”
— Exodus 25:18
De cherubijnen bevonden zich in het heiligste gedeelte van de tabernakel. Ook het voorhangsel en andere onderdelen van het heiligdom werden met afbeeldingen van cherubijnen versierd.
Later, bij de bouw van de tempel van Salomo, treffen we opnieuw uitgebreide heilige beeldtaal aan. Er waren grote cherubijnen, afbeeldingen van palmbomen en bloemen en andere versieringen in en rond het heiligdom (1 Koningen 6).
Het Oude Testament verbiedt dus niet iedere afbeelding, maar wel afgoderij en het naar menselijke fantasie voorstellen van God.
De koperen slang
Een ander bijzonder voorbeeld vinden we in Numeri 21.
Toen het volk Israël door slangen werd getroffen, kreeg Mozes van God de opdracht een bronzen slang te maken en die op een paal te plaatsen. Wie ernaar keek, bleef in leven (Numeri 21:8–9).
Eeuwen later ging het volk echter wierook branden voor deze koperen slang. Koning Hizkia liet haar toen vernietigen, omdat zij tot een voorwerp van afgoderij was geworden (2 Koningen 18:4).
Dit verhaal laat een belangrijk principe zien: het materiaal of de afbeelding is niet op zichzelf goddelijk. Zodra een voorwerp de plaats van God inneemt en zelf wordt aanbeden, ontstaat afgoderij.
Van het Oude naar het Nieuwe Verbond
Hier ligt ook een belangrijk verschil tussen het Oude en het Nieuwe Testament.
In het Oude Testament had Israël bij de Sinaï geen zichtbare gestalte van God ontvangen die kon worden afgebeeld. Maar in het Nieuwe Testament gebeurt iets beslissends: de Zoon van God wordt werkelijk mens.
De evangelist Johannes schrijft:
“Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.”
— Johannes 1:14
En de apostel Paulus noemt Christus:
“het beeld van de onzichtbare God.”
— Kolossenzen 1:15
Het Griekse woord dat Paulus hier voor “beeld” gebruikt is eikōn — hetzelfde woord waarvan ons woord icoon afkomstig is.
Daarom verbinden orthodoxe christenen de mogelijkheid om Christus af te beelden rechtstreeks met de Menswording. God wordt niet voorgesteld als een denkbeeldige vorm; Christus wordt afgebeeld omdat de Zoon van God werkelijk mens werd, een menselijk gezicht had en zichtbaar onder de mensen leefde.
AANBIDDING OF VERERING?
Dit onderscheid is belangrijk.
Orthodoxe christenen aanbidden geen iconen. Aanbidding komt alleen God toe.
Een icoon kan wel worden vereerd. Een gelovige kan bijvoorbeeld:
- een buiging maken;
- een icoon kussen;
- voor een icoon staan om te bidden;
- een kaars ervoor ontsteken.
De eer is daarbij niet gericht op het materiaal — het hout, glas of de verf — maar op de persoon die wordt afgebeeld.
Het lijkt enigszins op het kussen van een foto van iemand van wie u houdt: de liefde is niet gericht op het papier van de foto, maar op de persoon die erop staat.
Binnen de orthodoxe theologie wordt daarom onderscheid gemaakt tussen de aanbidding van God en de eerbied die aan heiligen en heilige afbeeldingen wordt betoond.
DE GESCHIEDENIS VAN ORTHODOXE ICONEN
De eerste christelijke eeuwen
Christelijke beeldkunst ontstond al vroeg.
In Romeinse catacomben uit de eerste eeuwen vinden we bijvoorbeeld afbeeldingen van:

- Christus als de Goede Herder;

- Bijbelse gebeurtenissen;

vissen, duiven;

Het Chi-Rho is een van de oudste christelijke symbolen voor Jezus Christus. Het bestaat uit de Griekse letters Χ (Chi) en Ρ (Rho), de eerste letters van Christos: Christus. De Alpha (Α) en Omega (Ω) verwijzen naar Christus als “de Eerste en de Laatste” (Openbaring 22:13). Het symbool werd vooral bekend in de vierde eeuw door keizer Constantijn. Volgens Lactantius kreeg hij vóór de Slag bij de Milvische Brug in 312 in een droom opdracht een teken van Christus op de schilden van zijn soldaten aan te brengen. Eusebius beschreef later het keizerlijke labarum, waarop het Chi-Rho een belangrijke plaats kreeg. Daarna verscheen het symbool veelvuldig op vroegchristelijke munten, sarcofagen, mozaïeken en kerkelijke voorwerpen.
Na het einde van de grote Romeinse christenvervolgingen in de vierde eeuw konden kerken openlijk worden gebouwd en ontwikkelde de christelijke kunst zich verder.
Monumentale mozaïeken, fresco’s en afbeeldingen van Christus, Maria, apostelen en heiligen kregen een steeds belangrijkere plaats in kerkgebouwen.
Oude iconen die bewaard zijn gebleven

Een van de belangrijkste plaatsen voor de geschiedenis van iconen is het klooster van de heilige Catharina op de Sinaïberg in Egypte.
Daar bevinden zich enkele zeer oude iconen die de vernietigingen en conflicten van latere eeuwen hebben overleefd.
Een beroemd voorbeeld is de Christus Pantocrator uit ongeveer de zesde eeuw. Christus wordt afgebeeld met het Evangelie in de ene hand en de andere hand opgeheven in zegen.
Dit type Christusicoon zou later een van de bekendste voorstellingen binnen de Orthodoxe Kerk worden.
DE BEELDENSTRIJD

In de achtste en negende eeuw ontstond binnen het Byzantijnse Rijk een zware strijd over het gebruik van heilige afbeeldingen.
Tegenstanders van iconen worden iconoclasten genoemd. Zij meenden onder andere dat de verering van iconen in strijd kon zijn met het verbod op afgoderij.
Veel iconen werden tijdens deze perioden vernietigd en verdedigers van iconen werden vervolgd.
Aan de andere kant stonden christenen die het gebruik van iconen verdedigden. Een van de bekendste theologen onder hen was de heilige Johannes van Damascus.
Voor hem had de discussie uiteindelijk alles te maken met Christus:
als de Zoon van God werkelijk vlees heeft aangenomen en zichtbaar mens is geworden, kan Hij ook in Zijn menselijke gestalte worden afgebeeld.
Het Zevende Oecumenische Concilie

In 787 kwam het Tweede Concilie van Nicea, binnen de Orthodoxe Kerk bekend als het Zevende Oecumenische Concilie, bijeen.
Het concilie verdedigde het rechtmatige gebruik en de verering van iconen en maakte daarbij onderscheid tussen de eerbied voor een heilige afbeelding en de aanbidding die alleen God toekomt.
De beeldenstrijd was daarmee nog niet onmiddellijk voorbij.
Pas in 843 werd de verering van iconen in Constantinopel definitief hersteld.
Deze gebeurtenis wordt binnen de Orthodoxe Kerk nog ieder jaar herdacht op de eerste zondag van de Grote Vasten, bekend als de Zondag van de Orthodoxie.
DE ONTWIKKELING VAN DE ICOONTRADITIE

In de eeuwen daarna ontstonden verschillende regionale tradities.
Iconenkunst ontwikkelde zich onder andere in:
Constantinopel en het Byzantijnse Rijk
Hier ontstonden veel vormen en composities die later in de gehele orthodoxe wereld werden overgenomen.
Griekenland en de Heilige Berg Athos
Kloosters speelden een belangrijke rol bij het bewaren en doorgeven van de iconografische traditie.
de Balkan
In Servië, Bulgarije, Roemenië en andere gebieden ontstonden eigen regionale stijlen binnen dezelfde bredere orthodoxe traditie.
Rusland
Na de kerstening van het Kievse Rijk in de tiende eeuw ontwikkelde zich een rijke Slavische iconentraditie. Een van de beroemdste iconenschilders is de heilige Andrej Roebljov, bekend van zijn icoon van de Heilige Drie-eenheid.
Ondanks verschillen in stijl bleef een gemeenschappelijke theologische en liturgische beeldtaal bestaan.
DE TAAL VAN EEN ICOON
Veel elementen van een icoon hebben betekenis.
Het goud

Een gouden achtergrond probeert meestal geen gewone aardse omgeving weer te geven. Het kan verwijzen naar het goddelijke licht en naar een werkelijkheid die niet door gewone tijd en ruimte wordt begrensd.
De halo
Een halo rond het hoofd van een heilige verwijst naar het licht van God waarin de heilige deelt.
Bij Christus heeft de halo een bijzondere vorm: vaak staat er een kruis in afgebeeld.
De ogen
De ogen zijn in veel iconen opvallend aanwezig. Ze kunnen de geestelijke aandacht en innerlijke waakzaamheid benadrukken.
Perspectief
Iconen volgen niet altijd het natuurlijke perspectief van westerse schilderkunst. Sommige composities gebruiken een vorm van zogenoemd omgekeerd perspectief, waardoor de voorstelling als het ware naar de beschouwer toe opent.

Inscripties
Op iconen staan vaak namen en afkortingen. Zij maken duidelijk wie of wat wordt afgebeeld en maken deel uit van de traditionele iconografie.
ICONEN in DE GODDELIJKE LITURGIE

Iconen staan niet los van het gebed van de Kerk.
In een orthodox kerkgebouw bevindt zich tussen het altaargedeelte en het schip vaak de iconostase: een wand of scherm met iconen.
Daarop bevinden zich doorgaans belangrijke afbeeldingen van Christus, de Moeder Gods, heiligen en kerkelijke feesten.
Tijdens de diensten:
- worden iconen bewierookt;
- kunnen gelovigen ervoor buigen;
- worden iconen gekust;
- worden kaarsen ervoor ontstoken;
- worden bepaalde iconen tijdens kerkelijke feesten bijzonder vereerd.

Iconen maken zo deel uit van dezelfde liturgische wereld als gebed, gezang, kaarslicht en wierook.
ICONEN IN HET DAGELIJKS LEVEN
Iconen zijn niet alleen in kerkgebouwen te vinden.
Veel orthodoxe gezinnen hebben thuis een gebedshoek met iconen. Daar kunnen bijvoorbeeld een icoon van Christus, de Moeder Gods en de patroonheiligen van het gezin staan. ’s Morgens en ’s avonds kan men voor deze iconen staan om te bidden.
De gedachte van het beeld gaat binnen het christelijk geloof echter nog dieper. In Genesis lezen we dat de mens is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God (Genesis 1:26–27). In die zin kan ieder mens worden gezien als een levende drager van Gods beeld. Hetzelfde Griekse woord eikōn, waarvan ons woord icoon afkomstig is, betekent immers “beeld”.
Dat geeft ook betekenis aan de manier waarop christenen naar andere mensen kijken: iedere persoon bezit een door God gegeven waardigheid en is geroepen om steeds meer op Christus te gaan lijken.
Zo vormt de icoon een verbinding tussen het gebedsleven in de kerk, het persoonlijke gebed thuis en het dagelijkse leven met andere mensen. Niet alleen geschilderde iconen verwijzen naar God; ook de mens zelf is geschapen naar Zijn beeld.
EEN ICOON WIJST VERDER DAN ZICHZELF
De betekenis van een icoon ligt uiteindelijk niet in het hout, de verf of het kunstwerk op zichzelf.
Een icoon wil de gelovige helpen zijn aandacht te richten op Christus, het Evangelie en het leven met God. Daarom worden iconen binnen het orthodoxe christendom niet eenvoudig beschouwd als religieuze kunst of decoratie. Zij behoren tot een levende traditie van gebed, theologie en eredienst die zich gedurende vele eeuwen heeft ontwikkeld.
Voor iemand die voor het eerst een orthodoxe kerk binnenkomt, kunnen iconen vreemd of indrukwekkend lijken. Wie echter hun taal en geschiedenis leert kennen, ontdekt dat zij steeds verder wijzen dan zichzelf.
De geschilderde icoon verwijst naar de persoon die wordt afgebeeld, terwijl de mens zelf is geschapen naar Gods beeld. Beide herinneren eraan dat het christelijk geloof uiteindelijk draait om gemeenschap met God en de verandering van de mens in Christus.
